Hebben wij zelf veranderingen in de hand?

Het brein is hot. Toch weten we ondanks de populariteit van het brein als onderzoeksobject, nog (lang) niet hoe het precies functioneert. De nieuwsgierigheid richt zich vooral op de vraag of de vrije wil nu wel of niet bestaat. Voor de coach is enige kennis van de werking van het brein geen overbodige luxe. Coaching gaat immers over het behalen van resultaat. En in welke mate kan iemand zelf bepalen welk resultaat mogelijk is?

Als je een doorsnede van de hersenen maakt, zijn sommige gebieden grijs (voornamelijk de buitenkant, de hersenschors) en andere gebieden wit. De grijze cellen in de hersenschors (die alleen in dode hersenen een grijze kleur hebben, bij een levend mens zijn ze roze) zijn verantwoordelijk voor de informatieverwerking en cognitieve processen. De witte gebieden maken de communicatie tussen de hersencellen en –gebieden mogelijk.
De hersenen bestaan uit verschillende onderdelen. De hersenschors (of cortex) wordt ook wel de grote hersenen (cerebrum) genoemd, met hun rimpelige, gekronkelde buitenlaag. Deze buitenlaag is vooral bij mensen goed ontwikkeld. Als je de hersenschors zou ontplooien, dan heeft hij een oppervlakte van ongeveer 2400 vierkante cm. Ter vergelijk: bij de hersenen van een rat is dat maar zes vierkante cm. Deze vergelijking wijst er al op dat de cortex een belangrijke rol speelt in de complexe denkprocessen die kenmerkend zijn voor de mens.

Breinfeiten

Hersenen:

  • wegen 1 tot 1,5 kilo;
  • bestaan uit meer dan honderd miljard zenuwcellen, die signa- len aan elkaar doorgeven met een snelheid van meer dan 400 km per uur;
  • vormen 2 procent van het totale lichaamsvolume, maar gebrui- ken circa 20 procent van alle zuurstof die een mens inademt en bevatten 20 procent van al het bloed dat het hart door het lichaam pompt;
  • bestaan uit grijze (in werkelijk- heid roze) en witte stof;
  • bepalen de motoriek, zintuiglijke waarneming, het denken en de emoties;
  • bestaan voor ongeveer 80 pro- cent uit water.

De cortex is verdeeld in vier kwabben: de occipitale of achterhoofdskwab, de pariëtale of wandbeenkwab, de temporale of slaapkwab, en de frontaalkwab. De eerste drie gebieden verwerken zintuiglijke informatie: visuele in- formatie (occipitale kwab), informatie via de zintuigen van de huid (pariëtale kwab), en informatie rondom gehoor, verbaal geheugen en taalfuncties (temporale kwab). De frontaalkwab ten slotte is verantwoordelijk voor veel mentale functies, zoals impulscontrole, beoordelingsvermogen, probleemoplossing, planning, sociaal gedrag, taal en geheugen. De prefrontale cortex, die in het voorste deel van de frontaalkwab ligt, selecteert welk gedrag bij welke situatie past.

Onderliggende structuren

Onder de cortex liggen nog andere structuren. Zo zijn er het corpus callosum, dat de twee hersenhelften met elkaar verbindt, de thalamus en de hypothalamus (de tussenhersenen of het limbisch systeem), de kleine hersenen (cerebellum), die vooral een rol spelen bij de controle van bewegingen, en de hersenstam. De hersenstam zit helemaal aan de onderkant van de hersenen en verbindt die met het ruggenmerg. In de hersenstam worden de vitale functies als hartslag, ademhaling en bloeddruk aangestuurd. Daarboven zit de hypothalamus, die onder meer slaap, seksueel gedrag, honger en dorst, en de afgifte van hormonen reguleert. De amygdala, twee amandelvormige kernen van neuronen, coördineert de gedragsmatige, immunologe en neuro-endocrine reacties op dreiging vanuit de omgeving. Dat betekent dat deze kernen steeds inschatten hoe dreigend een bepaalde situatie is door die te vergelijken met informatie die het brein uit eerdere situaties opsloeg. Op die manier wordt in split-second bepaald of een fight– of flightreactie gepast is. Feiten en informatie slaan we op in de hypocampus. Achter in de hersenen zit het cerebellum, dat informatie van de zintuigen integreert om bewegingen te coördineren. Dan is er de thalamus, die informatie filtert die via de zintuigen binnenkomt en deze doorgeeft aan de cortex.
Over het algemeen is het zo dat de diepere hersenstructuren zoals de hersenstam, de kleine hersenen of de thalamus, ouder zijn dan de gebieden meer aan de buitenkant van de hersenen, zoals de hersenschors.

Ontwikkeling van de hersenen

De hersenen groeien als het ware van achteren naar voren. Al op jonge leeftijd zijn de motoriek, het gezichtsvermogen en de emotionele systemen klaar. De betrokken hersendelen liggen achter in de hersenen. Vervolgens rijpt het middelste deel, dat deze functies coördineert. Maar juist de voorste hersendelen, waar het controlecentrum zetelt, hebben dan nog een lange weg te gaan. Uit recent hersenonderzoek blijkt dat onze hersenen van het tiende tot het vijfentwintigste levensjaar nog volop in beweging zijn. Halverwege de twintig zijn de hersenen volledig ontwikkeld, en zijn wij als mens pas in staat om echt te reflecteren. Tot dat moment wordt het brein alsmaar efficiënter waardoor we uiteindelijk in staat zijn tot overzicht, de zogenaamde helikopterview. Ook het concentratievermogen verbetert zich tot op dat moment nog constant.

De betekenis voor coaching

Kennis over de duur van de ontwikkeling van de hersenen, is handig voor bij coaching: het geeft een kader. Als zelfreflectief vermogen een voorwaarde is voor het succesvol afronden van een coachingstraject, dan vraagt coaching van jongeren tot 25 jaar een andere aanpak. Want hoewel het reflectief vermogen per persoon verschillend is, kan van een jeugdige gecoachte minder verwacht worden dan van iemand die ouder is dan 25.

 

Veranderen is verinnerlijken

Veranderingen binnen organisaties worden nog steeds vaak top-down geleid. En zo werkt het bij ieder van ons vaak ook. De meeste veranderingen beginnen met een rationele keuze, om vervolgens op het emotionele deel vast te lopen. Iets maakt dat het toch niet goed voelt om het anders te gaan doen. Want systemen houden niet van verandering.

Een transformatieproces vraagt dat er, verder dan alleen tot de cognitieve laag (de cortex), ook wordt doorgedrongen tot de emotionele lagen in het brein. In dit (oudere) deel van het brein liggen namelijk de pijnlijke ervaringen en trauma’s opgeslagen die mede bepalend zijn voor het gedrag in het hier en nu. Deze bepalende ervaringen en trauma’s moeten worden aangevuld met nieuwe (positieve) ervaringen. Die kunnen de mogelijkheid bieden voor een andere interpretatie van situaties in het hier en nu. Om nieuw gedrag (en daarmee nieuwe er- varingen) te verinnerlijken zijn drie stappen van belang:


1. Bewust maken van wat er is. Kunnen waarnemen welke patronen zich voordoen in plaats van de patronen te on- dergaan. Dit wordt ook wel mindsight genoemd. Mindfulness en meditatie zijn hiervoor werkzame oefeningen.

2. Kiezen voor een nieuw patroon (gewenst gedrag).

3. Consolidatie van het nieuwe patroon door het gewenste gedrag te herhalen.

Oefenen met deze drie stappen creëert de mogelijkheid om voor bepaald gedrag te kiezen in plaats van een patroon slaafs te volgen.

 

Brein overzicht

(van binnen naar buiten gezien) Hoe ouder de hersenstructuur, hoe dominanter, hoe groter het effect bij verandering:


1. Reptielenbrein: Overleven en lijfbehoud (trauma).

2. Emotionele brein
• Paleo limbische brein (oud): Pikorde in de groep. ‘Ga ik ergens naartoe of vanaf?’
• Neo Limbische Brein: Automatismen, conditioneringen, persoonlijke blokkades, drijfveren.

3. Cognitieve Brein: Metacognitie, creatief en innovatief denken, beheer emoties en gevoelens, controle.

 

Emoties en de Amygdala

De diepere lagen van het brein hebben grote invloed op ons functioneren. Er is een groot effect van binnen naar buiten. Een effect van buiten naar binnen is echter moeilijker te bereiken. De amygdala speelt hierin een wezenlijke rol, deze fungeert als het ware als het emotionele brein. De amygdala checkt elke situatie op dreiging, en bepaalt vervolgens welke emotie hieraan gekoppeld dient te worden. Het effect hiervan dat mensen eigenlijk continu alert zijn op gevaar, en steeds beslissen of een situatie wel of niet veilig is. Als de situatie als onveilig wordt geschat, gaat het brein (en daarmee ook ons lijf, het denken en de emoties), in een stand van fight, flight of freeze. Het ver- mijden (freeze) is een sterkere reactie dan vluchten, het wordt geactiveerd bij heftige zaken als trauma’s, en het lichaam wordt strakker en vlakker. Dit betekent een hoge mate van alertheid die het lastig maakt om nieuwe stimuli binnen te laten, ofwel om te leren. Als de amygdala een situatie als veilig schat, ontstaat er een staat van ontspanning waarin het mogelijk is om te leren. Naast het gevoel van veiligheid is er vervolgens een gevoel van uitdaging nodig om een optimale leercurve mogelijk te maken.

 

Eigen veiligheid creëren

Als veiligheid van wezenlijk belang is om te kunnen leren, is het aan de coach om een gecoachte te ondersteunen in het creëren van de eigen veiligheid. Dit gaat wederom om het ontwikkelen van mindsight (bewust worden wanneer ik veiligheid ervaar of onveiligheid). Bij het ervaren van onveiligheid kun je waarnemen welk patroon er herhaald wordt en dan bewust ontspannen. Zo kun je een gevoel van veiligheid ervaren waardoor een nieuw patroon zich kan ontwikkelen. Zo leert een gecoachte om daadwerkelijk op eigen benen te staan. Dit in tegenstelling met het leren in de veilige omgeving van de coach die verdwijnt wanneer zich in de dagelijkse praktijk een gevoel van onveiligheid voordoet. In dat geval blijft een gecoachte afhankelijk van de veilige omgeving die de coach biedt. Het op eigen benen staan blijkt dan in de realiteit al snel een illusie.

 

Hebben wij verandering zelf in de hand?

Analyse als middel tot verandering schiet tekort als een gecoachte steeds vastloopt in een zich herhalend patroon. Ons brein is oud, het reageert nog net als in de tijd van de sabeltandtijger. De amygdala activeert het lymbische systeem als het gaat over angst: is het veilig of niet? Moet ik vechten, vluchten of vermijden? Je komt terecht in een oude respons die in een bepaalde situatie heel functioneel was, maar bij het aanleren van nieuw gedrag het leren ernstig in de weg kan zitten. Dat gebeurt autonoom, daar heb je weinig invloed op. Het ontwikkelen van bewustzijn (mindsight) zorgt echter voor de aanleg van een nieuw pad in de hersenen waardoor de keuze voor een nieuw patroon mogelijk wordt. Door steeds waar te nemen wat er vanbinnen gebeurt, kun je de fight-, flight- of freeze reactie gaan herkennen. Vanuit die gewaarwording kun je terugkeren naar een staat van ontspanning. Hierbij zijn meditatie- en mindfulness-technieken behulpzaam.
Uiteindelijk wordt de werkelijke transformatie bereikt door acceptatie van dat wat er is. Door met mildheid en compassie naar jezelf te kijken (ook naar de lastige delen), ontstaat er ruimte voor iets nieuws. De automatische neiging tot vechten, strijden of controleren, ebt dan weg. Als een gecoachte in die staat verkeert, kan de coach een uitdagende situatie creëren waarin leren en transformeren daadwerkelijk mogelijk wordt.

Literatuur

Nelis, H. en Yvonne, S. , van(2009). Puberbrein bin- nenstebuiten, wat beweegt jongeren van 10 tot 25 jaar? Utrecht: Kosmos.
Elk, M., van en Hunnius, S. (2010). Het babybrein, over de ontwikkeling van de hersenen bij baby’s. Amsterdam: Bert Bakker.

Servan-Schreiber, D. (9e druk, 2005). Uw brein als medicijn, zelf stress, angst en depressie overwinnen. Utrecht: Lifetime.
Swaab, D. (2010). Wij zijn ons brein, van baarmoeder tot alzheimer. Amsterdam: Contact.

Dijksterhuis, A. (2007). Het slimme onbewuste, denken met gevoel. Amsterdam: Bert Bakker. Brein, hart en lijf verbonden (nov 2010, mei 2011).

Workshop door John van der Meij en Alexandra Tompkins http://www.trilemma.nl/, http://www. phoenixopleidingen-ta-nlp.nl/