De taal van de stilte

Ik merk steeds vaker, welke taal iemand ook gebruikt, dat ‘het verhaal’ dat iemand vertelt voor mij niet zo interessant is. Ik denk dat veel van de verhalen die verteld worden ook voor de verteller al aan waarde hebben verloren, maar toch als een soort van informatie-update nog worden verteld. Wat is de reden dat we dit met elkaar in stand houden, vraag ik me af?

Taal als communicatiemiddel wordt in mijn ogen ruimschoots overschat. Het effect van de vele verhalen is dat de stilte ondergesneeuwd raakt. Terwijl deze intiemer en veelzeggender kan zijn dan welke taal, welk verhaal dan ook. Communicatief krachtiger. Stel je maar eens voor dat de volgende bijeenkomst die je met iemand hebt in stilte wordt doorgebracht. Spannend. Wat zou daar kunnen ontstaan. Angstig misschien ook wel. Voor wat de toekomst brengt. Wie weet wat de ander denkt, voelt, vindt… over mij?

Wie weet leidt deze spanning er (veelal onbewust) toe dat we elke ruimte, elk moment dat open ligt en daarmee een onduidelijkheid in zich heeft over de toekomst, proberen op te vullen met taal. Wellicht raakt de stilte die wezenlijke onzekerheid aan, die we allen kennen, die van het niet-weten. En als we niet weten, hebben we geen controle, geen zekerheid. Dan valt veel stevigheid van ons weg. Zijn we dan wel goed genoeg? Om ertoe te doen, erbij te horen? Mogen we er dan nog zijn? De fragiliteit van het leven die helder wordt als we echt alleen zijn, als er niet voor ons gezorgd wordt, als we uitgestoten worden. Doodsangst. Zou het daarop terug te voeren zijn?

En als het zo is dat taal de puurheid en de schoonheid van de stilte aantast, en we willen toch iets zeggen. Zou het dan niet mooi zijn om zo min mogelijk woorden te gebruiken, om zo ook de stilte haar plek te gunnen? Hoe meer stilte, des te krachtiger de boodschap.

Als je niets weet, praat je veel.
Als je wel iets weet, valt er niets te zeggen.

U.G Krishnamurti